Guido Gezelle (1830 - 1899)

Ga naar beneden

Guido Gezelle (1830 - 1899)

Bericht  Irminiaz op di 03 feb 2009, 22:09

http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=geze002

http://www.gezelle.be/

De Berk

'k Groete u, wit als molkenroom,
in den bossche en achter strate,
's zomers, 's winters, vroeg of late,
bleekgebolden berkenboom!

Edeldrachtig houtgewas,
's zomers laat ge uw' teere takken,
hangend haarwijs, ommezwakken,
of 't een spruitend water was.

lijzig door uw hoofdgewaai,
ruischt het dan, of, in uwe armen,
honge een' bende bie'n te zwarmen,
rustloos, in den zonnelaai.

's Winterdaags, alhier aldaar,
om uw' blanken hals en rugge,
zwart gelijk een meuzievlugge,
zwiert uw schudderachtig haar.

Reuzen zijn de boomen dan,
die malkander, bloot van armen,
slingervuisten, dat men 't karmen
heinde en verre hooren kan.

Daar noch eek noch essche en wast,
hooge in 't noorden, hoore ik melden,
't land der skandinaafse helden,
staat gij, rotse- en wortelvast.

's Scheemans roede en 's boden staf,
't heidensch recht- en vredeteeken,
esschen hout en was 't, noch eeken:
't was uw' berken borst, die 't gaf.

"Berk," zoo hiet de noordsche B,
een der zestien ruinenstaven,
die, onroomsch, te weten gaven
wat ons voorvolk dacht en dee.

Schald, die wijsheid wist, hij nam,
eer hem pergamenten blâren,
of papier, berijmbaar waren,
uwen bast, o berkenstam.

't Schamel daaglijksch-broodgenot
spaart de berk u, bezembinders.
"Spaart den berk, gij haat uw' kinders,"
leert u, ouderen, 't Woord van God.

Weg en woonstede opgefrischt,
maakt den berkmei torreveerdig:
morgen draagt men 't Hoogeerweerdig
om den dorpe en... kermesse is 't!

Daarom heffe ik,overwaar,
komende in den bossche u tegen,
of omtrent des Konings wegen,
u den hoed, o berkelaar!

_________________
"Zou ik Aarde niet loven? Zij draagt, spijst, zij koestert en dekt. Leven is goed en dood is goed. Ikzelf ben aarde, al stroomt in mijn bloed iets zuivers van Zon."
- René de Clercq (De Leeuwerik)

"Aus Dingen, denen wir ungerührt vorübergehen, weht uns, wenn wir ihren Hauch zu fühlen vermögen, noch die fernste Vorwelt entgegen. Wer seine Heimat liebt, muss sie auch verstehen wollen; Wer sie verstehen will, überall in ihre Geschichte zu dringen suchen" - Jakob Grimm
avatar
Irminiaz
Hagal-Getrouwen

Man Aantal berichten : 1437
Woonplaats : Oud-Ingveonenland
Registration date : 02-02-09

Profiel bekijken

Terug naar boven Ga naar beneden

Re: Guido Gezelle (1830 - 1899)

Bericht  Irminiaz op wo 04 feb 2009, 12:20

WINTERNACHT


Hoe zwart staan al de boomen in
de witheid, onverwacht,
van 't overdadig sneeuwen, dat 't
gedaan heeft, van den nacht!

Ze staan daar, als gekoolzwart en
met teekenen geprent,
al zwarte en zwarte staven, op
een eindloos pergament.

Ze 'n roeren, noch ze 'n poeren en,
bij 't nachtelijk gestraal,
men zweren zou dat 't spoken zijn,
of reuzen altemaal.

De sterren staan en bliksemen,
als oogen, ongeteld,
van boven, uit de koppen van
die reuzen vol geweld.

Ze groeien immer grooter, en
de witheid van de snee
verzwaart de zwarte stammen. Zich!
van een' zoo wordt er twee!

'k Versta nu hoe van drollen, gij,
en droezen hebt gedroomd,
wanneer ge, Noordsche heidenen,
verkeerdet in 't geboomt.

Bij 't razen van den winter en
bij 't nijpen van den nacht,
is de oude, grimme reuzenzegge
ontstaan in uw gedacht

_________________
"Zou ik Aarde niet loven? Zij draagt, spijst, zij koestert en dekt. Leven is goed en dood is goed. Ikzelf ben aarde, al stroomt in mijn bloed iets zuivers van Zon."
- René de Clercq (De Leeuwerik)

"Aus Dingen, denen wir ungerührt vorübergehen, weht uns, wenn wir ihren Hauch zu fühlen vermögen, noch die fernste Vorwelt entgegen. Wer seine Heimat liebt, muss sie auch verstehen wollen; Wer sie verstehen will, überall in ihre Geschichte zu dringen suchen" - Jakob Grimm
avatar
Irminiaz
Hagal-Getrouwen

Man Aantal berichten : 1437
Woonplaats : Oud-Ingveonenland
Registration date : 02-02-09

Profiel bekijken

Terug naar boven Ga naar beneden

Re: Guido Gezelle (1830 - 1899)

Bericht  Irminiaz op wo 04 feb 2009, 13:11

Tot de Zonne


Zonne, als ‘k in mijn groene blaren
en vol waterpeerlen sta
en dat gij komt uitgevaren,
schouwt mijn bloeiend herte u na.
Throonend op den throon gezeten
van den rooden dageraad,
wilt het blomke niet vergeten,
dat naar u te wachten staat.

Langs die hooge hemelpaden,
zonne, nimmer klemmens moe,
volge ik u, van zoo ‘k mijn bladen
met den morgen opendoe:
komt en zoekt mijn herte en vindt het,
u behoort het, te alder tijd,
u verwacht het, u bemint het,
die mijn hemelminnaar zijt.

‘s Avonds, als het wordt te donkeren,
als ge in ‘t gloeiend westen daalt,
schouw ik naar uw laatste vonkelen
zinkend met u nederwaard.
Hangende op mijn staal gebogen,
weene ik toen den nacht rondom,
van u niet te aanschouwen mogen:
kom toch weêre, o zonne, kom!

_________________
"Zou ik Aarde niet loven? Zij draagt, spijst, zij koestert en dekt. Leven is goed en dood is goed. Ikzelf ben aarde, al stroomt in mijn bloed iets zuivers van Zon."
- René de Clercq (De Leeuwerik)

"Aus Dingen, denen wir ungerührt vorübergehen, weht uns, wenn wir ihren Hauch zu fühlen vermögen, noch die fernste Vorwelt entgegen. Wer seine Heimat liebt, muss sie auch verstehen wollen; Wer sie verstehen will, überall in ihre Geschichte zu dringen suchen" - Jakob Grimm
avatar
Irminiaz
Hagal-Getrouwen

Man Aantal berichten : 1437
Woonplaats : Oud-Ingveonenland
Registration date : 02-02-09

Profiel bekijken

Terug naar boven Ga naar beneden

Re: Guido Gezelle (1830 - 1899)

Bericht  Irminiaz op wo 04 feb 2009, 13:18

SEMPERVIVUM TECTORUM L.


Donderbare, die daar, stille,
‘t schamel boerenvolk te wille,
‘t lijvig dakstroo ingeklast,
waakzaam zit, en wortelvast.

Angst- en vreesloos wonen ze, onder
uw bewaken, voor den donder:
viel hij ‘t vunzig dakstroo in,
schâloos bleef al ‘t huisgezin.

Geren zie ‘k de katte, bachten
u geluimd, de vogels wachten;
bachten u, heur hermelijn
‘t zonneken genietend zijn.

Ligt de naakte snee' medallen
om en op u neêrgevallen,
dan en vindt, al zocht hij zeer,
donderbare, u niemand meer.

‘t Lijdt ook lange eer de euziedropen
los zijn; eer gij, uitgekropen,
weêr den lauwen wind begroet,
die de daken leken doet.

Ei, ‘t verheugt mij, in die dagen,
als van u de wintervlagen
weg zijn; als gij, groen en blauw,
perels draagt, vol morgendauw!

Naast u dan voorbijgewanderd,
groete ik u, van verwen g'anderd;
groete en zegge, op God gesteund:
"Zalig die beneên u weunt!"

Ja, daar woont, te zulker steden,
overvloed van vriendelijkheden,
arbeidzin onliegbaar, end
rijkdom, die geen' roest en kent.

Vlaamsch gemoed en vlaamsche sprake
herbergt uw' miskende vlake,
schamel stroodak; oud en trouw
Vlanderens eerlijk huisgebouw!

Donderbare, laat, nog eeuwen,
laat uw groen al wit besneeuwen,
‘s winters; laat het zonnevier,
‘s zomers, u ontverwen schier.

Maar, en komt niet af, van boven
‘t stroodak onzer boerenhoven;
noch en laat hun huis voortaan,
donderbare, onveilig staan!

Blijft den zwaren donderwagen,
blijft den bliksem verder jagen;
blijft, en, daar ge uw' wortelen spant,
God beware ons Vaderland!



_________________
"Zou ik Aarde niet loven? Zij draagt, spijst, zij koestert en dekt. Leven is goed en dood is goed. Ikzelf ben aarde, al stroomt in mijn bloed iets zuivers van Zon."
- René de Clercq (De Leeuwerik)

"Aus Dingen, denen wir ungerührt vorübergehen, weht uns, wenn wir ihren Hauch zu fühlen vermögen, noch die fernste Vorwelt entgegen. Wer seine Heimat liebt, muss sie auch verstehen wollen; Wer sie verstehen will, überall in ihre Geschichte zu dringen suchen" - Jakob Grimm
avatar
Irminiaz
Hagal-Getrouwen

Man Aantal berichten : 1437
Woonplaats : Oud-Ingveonenland
Registration date : 02-02-09

Profiel bekijken

Terug naar boven Ga naar beneden

Re: Guido Gezelle (1830 - 1899)

Bericht  Gesponsorde inhoud


Gesponsorde inhoud


Terug naar boven Ga naar beneden

Terug naar boven


 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum