De IJslandse saga's en de maatschappelijke orde

Ga naar beneden

De IJslandse saga's en de maatschappelijke orde

Bericht  Sibbevader op ma 23 feb 2009, 16:08

De IJslandse saga's en de maatschappelijke orde

De verhouding tussen het individu, de maatschappij en de staat is in onze tijd verward. Is het individu alles en is de maatschappij niets, of is het net het omgekeerde? Waarom zou men zich om een ander bekommeren? Kan de staat de gehele sociale wereld behandelen als speelruimte voor bemoeienissen? Indien niet, wat zijn de grenzen? Dergelijke vragen zijn onvermijdelijk en niet te beantwoorden in een maatschappij als de onze die geen samenhangend begrip heeft van het menselijke leven en dat wordt gedomineerd door persoonlijke instellingen en abstracte verhoudingen die geen greep hebben op ons gevoel van wat wij zijn. De geschiedenis van de libertaire boerenrepubliek die IJsland was, en het levendige beeld van die maatschappij zoals voorgesteld in de IJslandse saga's biedt een verfrissend nieuwe blik op deze kwesties. De gelijkenissen en de contrasten met onze maatschappij zijn merkwaardig. Zoals Amerika was het IJslandse Gemenebest een nieuw land, gesticht in het licht van de geschiedenis door Europese inwijkelingen en bestuurd in consensus eerder dan door koning en priester.

Het IJslandse politieke leven beklemtoonde zowel wet als persoonlijke onafhankelijkheid, zoals bij ons. Maar de IJslanders hadden geen staat om rechten en plichten op te leggen. De mensen streefden hun doel na zonder directe bescherming of hinder vanwege een openbare instelling. Ze waren gedwongen zelf te handelen om hun veiligheid en wettelijke rechten te vrijwaren.

Het resultaat was anarchie noch tirannie door de machtigen, maar een maatschappij die opmerkelijk vrij was en gelijk en samenhorend, meer dan onze maatschappij, geleid door instellingen die bestonden omdat de mensen het de moeite vonden ze te steunen. Vanuit huiselijke en lokale banden groeiden de sociale afspraken die men noodzakelijk vond, vanuit samenwerkingen die gebaseerd waren op verwantschap en vriendschap naar een systeem van vergaderingen die door een gemeenschappelijke wetscode bestuurd werden. Hoewel helemaal niet volmaakt was het Gemenebest algemeen genomen een ordelijke maatschappij, gebaseerd op privé-eigendom, loyauteit en individueel zelfbewustzijn. Dit werkte omdat degenen die erin leefden, het deden werken. Als morele basis waren eer, aanvaarde manieren om correct te handelen en concrete persoonlijke verplichtingen die zich ontwikkelden uit de noden van het dagelijkse leven en die vroegen om vrijwillig echte opofferingen te maken.

Natuurlijk waren er bijzondere omstandigheden die het de IJslanders mogelijk maakten zonder de staat te werken. De mensen waren verenigd in hun godsdienst. Toen het christelijke zendingswerk IJsland op de rand van een burgeroorlog bracht, kozen de IJslanders zich een scheidsrechter die besliste dat ze zich met zijn allen zouden bekeren en dat deden ze allemaal. Het economische leven was eenvoudig: de mensen leefden van dieren hoeden, van visvangst, af en toe aangevuld door enkele expedities naar het buitenland om handel te drijven en af en toe ook door rooftochten.

Als een maatschappij van kolonisten zonder veel rijkdom was IJsland veel meer egalitair dan andere maatschappijen toen of dan onze maatschappij. De rijke en machtigen verbouwden gerst en wasten vlaslinnen. Hoewel er verschil in rijkdom en macht was onder de families - er waren ingehuurde knechten en in het begin slaven en ook onafhankelijke boeren - waren de verschillen onder de vrije mensen informeel en hingen af van karakter en ook verwantschap en eigendom. Er waren geen steden of agressieve buren en geen etnische minderheden tenzij Ierse slaven die weldra zonder enig spoor na te laten geassimileerd werden. De bevolking telde misschien vijftigduizend mensen inclusief vijfduizend boeren met het recht op politieke participatie.

Ondanks zijn bijzondere kenmerken was IJsland helemaal geen primitief of achterlijk land zonder band met het beschaafde Europa van onze maatschappij. De politieke idealen van persoonlijke onafhankelijkheid en bestuur door consensus hebben een gemeenschappelijke voorgeschiedenis met die van Engeland, nog een eiland bevolkt door Kelten en Germaanse kolonisten. Buitenlandse reizen maakten het de IJslanders mogelijk mee te blijven met de tijd en hun banden met de Scandinavische maatschappij te behouden die deel werd van een steeds meer geintegreerd chr*stendom. Ze gingen vaak ver naar het buitenland, zoals dienen in de Varangische wacht in Constantinopel of, na de bekering tot het chr*stendom, pelgrimsreizen naar Rome. Na hun bekering namen ze ook deel aan de internationale cultuur van die tijd met buitenlandse boeken en studiewerk en contact met buitenlandse geestelijken. De buitengewone kwaliteit van de IJslandse literaire cultuur wordt bewezen door hun dominantie in de Scandinavische hofpoëzie en hun in eigen taal geschreven teksten. Ondermeer zijn er de IJslandse Saga's (Islendiga sagur), prozavertellingen die meestal spelen in IJsland en die een bewonderende maar ook kritische introductie op de plaats en tijd bieden. Njals Saga is de langste en de grootste van die saga's. [1] Deze saga's vertellen met literaire vaardigheid en realisme de geschiedenis van individuen, families en lokale gemeenschappen in IJsland in de tijd van de kolonisatie in de late negende en de vroege tiende eeuw tot ongeveer na de bekering tot het chr*stendom in het jaar 1000. Hun klemtoon op het leven van individuele IJslanders stelt hen in staat de relatie tussen publieke, persoonlijke en zelfs spirituele aspecten van het IJslandse leven te tonen. De saga's zijn geen geschiedenissen, ze werden lang na de behandelde gebeurtenissen opgeschreven, tijdens een periode die het einde van het Gemenebest en het verlies van onafhankelijkheid aan Noorwegen in 1262 omvatte. De sociale ordening die ze beschrijven was evenwel echt en ging verder tot de periode dat de teksten werden samengesteld. De saga's, zowel de praktijken als de interne betekenis van de IJslandse maatschappij, zijn niet buitenmate geromantiseerd noch minimaliseert ze haar bewonderswaardige kwaliteiten. Het was een maatschappij van mensen eerder dan van materiële afspraken, gebouwd op persoonlijke loyauteit en die een bepaalde manier van handelen vereiste die in sterk contrast staat tot een moderne wereld die bestuurd wordt door abstracte principes en naamloze markten en bestuurders. Het belang van het contrast wordt versterkt door de overweging dat de saga wereld op vele domeinen die is van de vroege Europese maatschappijen die de onze voorafgingen. Vandaag de dag zijn we heel snel contact aan het verliezen met de idealen van onafhankelijkheid en eer die deze maatschappijen maakten tot wat ze waren.

De saga's behandelen de strijd die ontstaat in een statenloze maatschappij en test hun leden en instellingen. De verhalen volgen een traag en welbewust ritme van belediging, wraak en regeling, tegenover de achtergrond van het dagelijkse leven en versterkt door straffen, moorden en gevechten op kleine schaal. De tijd beperkte en motiveerde eveneens het conflict. Disputen begonnen over een stuk land of prioriteit bij een feest, strategieën werden gepland en uitgevoerd tijdens de gewone activiteiten op een boerderij, en vrienden en buren hielpen de strijdenden te scheiden, de schade te bepalen en schikkingen uit te werken. Het duidelijke realisme toont dat de wereld van de saga's heel sterk gelijkt op die van het middeleeuwse IJsland zoals de IJslanders het zelf ervoeren.

De klemtoon ligt op actie en haar gevolgen en ook op het menselijke karakter. Het openbare optreden is geïntegreerd in het dagdagelijkse economische en familiale leven. De sagahelden blijven met beide voeten op de grond en bewerken zelfs het land. De heroïsche kwaliteiten die de IJslanders bewonderden worden beklemtoond: moed, loyauteit, gulheid, fysieke kracht en een jaloerse verdediging van rechten en van eer. Toch wordt er niet minder aandacht besteed aan rustiger deugden zoals publieke geest en gezond verstand, vooral dan de mogelijkheid om goede raad te geven. Deze worden alle behandeld in samenhang met hun praktisch effect en hun plek in de menselijke zaken. Sommige karakters staan voor een deel voor bepaalde deugden of ondeugden, maar ze worden realistisch uitgebeeld, terwijl ze soms goed, soms slecht handelen. Njals Saga, bijvoorbeeld beklemtoont de sociale en heroïsche deugden via haar twee hoofdpersonages, de wijze en vooruitziende Njal en zijn heldhaftige vriend Gunnar. Beide karakters zijn echter heel complex en zoals in andere saga's is de sterkste indruk het individualisme van een tijd toen eer telde en hoe een man handelde in moeilijke omstandigheden.

Bij de eerste verschijning krijgt elk karakter een genealogie en een zeer kort overzicht van zijn karaktertrekken. Daarna wordt door korte commentaren, nu en dan, door hemzelf of door anderen, maar vooral door actie die vaak culmineert in de dood, geschetst hoe elk karakter is. De personages bieden de dood het hoofd met dapperheid en waardigheid. Gunnar die omsingeld werd door vijanden, sterft omdat zijn wrokkende vrouw Hallgerd niet toestaat dat haar haar in een boogpees wordt gevlochten. "Elk moet op zijn eigen manier faam verwerven", is zijn antwoord, "jou wordt het geen tweede keer gevraagd." [2] De bejaarde Njal, belegerd door vijanden die zijn huis in brand hebben gestoken, vertelt zijn bediende waar hij moet zoeken naar zijn stoffelijk overschot, gaat in bed liggen met zijn vrouw en zijn kleinzoon die weigeren hem in de steek te laten, beveelt hun ziel aan God aan en sterft in de vlammen zonder te bewegen of enig geluid te maken. Verslagen over de wanorde in de dertiende eeuw zoals verzameld in Sturlinga Saga maken het duidelijk dat dergelijk gedrag geen literair gedrag was.

De koele feitelijke beknoptheid van de saga stijl drukt het stoïcijns aanvaarden van het lot uit en evenzo de gevolgen van actie zoals het IJslandse leven vereiste. Beschrijvende details zijn eerder zeldzaam en degene die er wel zijn geven het verhaal grote kracht. Terwijl Njals zonen achter een afsluiting wachten om hun pleegbroer Hoskuld Hvitaness-Priester te doden, een niet uitgelokte en schandalige misdaad die ten langen leste resulteert in de dood in het vuur voor henzelf en de hele huishouding van hun vader, kan de auteur de actie vertragen en het een nachtmerrieachtige duidelijkheid geven door op te merken dat 'de zon was op en het was een mooie morgen'. [3] Understatement wordt vaak grimmige humor, zoals met de commentaren tijdens de gevechten. Een aanvaller klimt op het dak van Gunnars huis en wordt gewond door een stootwapen. Zijn gezellen vragen hem of Gunnar binnen is. 'Dat moeten jullie zelf maar uitzoeken,' antwoordt hij, 'maar de hellebaard is er zeker in' en stort dood neer. [4] Het realisme van de stijl en van het verhaal was overtuigend genoeg om generaties van gewone lezers en enkele oudere geleerden ertoe te leiden te geloven in de bijna totale historische realiteit van deze saga's. [5] Zelfs bovennatuurlijke gebeurtenissen worden behandeld op een manier van overtuigende werkelijkheid. Bespokingen zijn simpelweg vervelende zaken, soms gevaarlijk, die aangepakt worden door het lichaam op te graven en het te verleggen of te verbranden of door een geïmproviseerd hof samen te roepen om die bespoking te stoppen. Njals vooruitziendheid valt samen met zijn diep begrip van het menselijk karakter. Het weergalmen van Gunnars hellebaard vooraleer die iemand doodt, is in die wereld van saga's gewoonweg een manifestatie van de dapperheid van de man die de hellebaard vasthoudt en de waarheid dat de dood onvermijdelijk is. Bovennatuurlijke voorboden binden de gebeurtenissen in het verhaal samen, versterken hun samenhang en op die manier verhogen ze de geloofwaardigheid van het verhaal als iets dat moest gebeuren zoals het gebeurde.

Het simpelweg aanvaarden van geweld betekende echter niet dat het middeleeuwse IJsland meer wetteloos was dan andere maatschappijen, evenmin als dat het bestaan van vuurgevechten betekende dat ze dagelijks voorkwamen in onze eigen oude Far West. Gewapend conflict was uitzonderlijk zelfs als de zekerheid van leven en eigendom van een man eiste dat hij klaar stond om met bijl of speer zijn rechten en eer en die van zijn vrienden en verwanten te verdedigen. De saga's beklemtonen situaties waarin aanvaarde standaarden geweld vereisten, maar ze maken ook duidelijk dat dit systeem zeer effectief bloedvergieten kon beperken en disputen kon regelen. Assertiviteit en gevoeligheid in verband met eer leidden niet tot eindeloze vetes of gewapende conflicten op de schaal of vernielkracht van oorlogen tussen staten. Precies de afwezigheid van een uitvoerende regering maakte het moeilijk om geweld op grote schaal te organiseren. Zelfs tijdens de ineenstorting van orde die leidde tot het verlies van onafhankelijkheid van IJsland, is het totaal verlies aan levens geschat op slechts 350 over een tijdsspanne van 52 jaar. [6] Dit is minder dan het aantal gewelddadige doden in Amerikaanse steden vandaag de dag.

De sociale orde was gebaseerd op formele instellingen en zelfhulp. Een wetscode aanvaard door de nationale vergadering de Althing, bemiddelde bij conflicten. Zittingen die gehouden werden op de Althing en regionale samenkomsten pasten de wet toe en ondersteunden een systeem van contante vergoeding voor misdrijven met verklaring tot verbanning/vogelvrijverklaring. Ernstige disputen werden gewoonlijk opgelost door bemiddeling of arbitrage eerder dan door bestraffing, maar dit laatste was de achtergrond voor onderhandelingen. De saga's besteden evenveel aandacht aan de wettelijke manoeuvrering en onderhandelingen als aan de gevechten. Njal was geen krijger, wel een jurist.

Het systeem hing af van de decentralisatie van de macht. De enige echt publieke officier in IJsland was de Wetspreker, een wetspecialist die als opdracht had zijn kennis publiek beschikbaar te maken en dit voor alle vragende partijen. De grootste bron van rijkdom was land. Er waren chefs die op de vergaderingen voorzaten, die stemden over de wetgeving en van wie werd verwacht dat zij de rechten van hun mensen zouden beschermen en vrijwaren, maar ze hadden geen recht op gehoorzaamheid en samenwerking met een bepaalde chef was vrijwillig. Dergelijk ambt als chef (dit ambt kon verkocht worden, geleend of in partnerschap gehouden worden) was helemaal niet noodzakelijk voor een saga held. Het systeem vereiste geen extreme gelijkwaardigheid, want claims konden overgedragen worden. Elke claim in verband met de schending van rechten kon eindigen in de handen van iemand die in staat was te vervolgen en die de uitspraak kon afdwingen. De verspreiding van macht en de algemene aanvaarding van de wet maakten het moeilijk, bij formele of informele pressie, om wettelijke rechten voortdurend te negeren. Overlappende netwerken van verwantschap en bondgenootschap zorgden ervoor dat schoonfamilie, ooms of vrienden die er middenin zaten zouden proberen te helpen om disputen op een vreedzame wijze op te lossen. Zelfs zonder de publieke wijze om de wetten toe te passen werd de ultieme wettelijke sanctie, namelijk de verbanning/vogelvrijverklaring, heel ernstig genomen. De bondgenoten van een vogelvrijverklaarde konden hem niet beschermen of hem een onderkomen geven zonder zelf kwetsbaar te worden voor vogelvrijverklaring. Dergelijke straf kon moeilijk genegeerd worden, hoe machtig een man ook was. Bijgevolg was het zo dat de vogelvrijverklaarde gewoonlijk het land verliet of gedood werd.

BRON

_________________
Als wachter over recht en wet stelt men de boom aan de grens van de gemeente; hij moet als een vertegenwoordiger van de hoogste rechter, het veld behoeden en de boosdoeners tegenhouden. Daarom bestraft men de boomschender als een rover of moordenaar: wie de kruin van een groene boom afslaat, zal op zijn stam het hoofd afgeslagen worden, en wie zijn wortels schendt, zal het zijn eigen voeten ervoor boeten.

¨
avatar
Sibbevader
Erfwacht

Man Aantal berichten : 3028
Woonplaats : Midgaard
Registration date : 31-01-09

Profiel bekijken http://hagal.be

Terug naar boven Ga naar beneden

Re: De IJslandse saga's en de maatschappelijke orde

Bericht  Sibbevader op ma 23 feb 2009, 16:09

Op deze wijze vertonen saga's een model van een radicale zelfbesturende maatschappij met een sober en gewoonlijk overtuigend beeld van haar volk en de werking van hun instellingen. Het was een maatschappij waar de bestuurlijke instellingen rechtstreeks waren gegroeid uit natuurlijke menselijke impulsen en zeden die deze impulsen uitdrukken of beperken. Materiele noden en hebzucht leidden tot regels voor bezit, naijver en de noodzaak om zijn rechten te verdedigen creëerden een erecode en de sociale impuls leidde tot een systeem van bondgenootschap. De behoefte aan een algemene gedragscode gaf de IJslanders de wet en een wettelijk systeem. Daar de verantwoordelijkheid om deze leidende principes te rechtvaardigen onmiddellijk viel aan degenen die ervan konden profiteren en aan hun vrienden en familieleden, had elke vrije man leven-en-dood verantwoordelijkheden. De afwezigheid van een staat leidde op deze manier tot een sociale orde die concreet was gebaseerd op het belang en het karakter van het individu.

Terwijl het Gemenebest een beperking op geweld en ondeugd elimineerde, oefende het de IJslanders in voorzichtigheid, moed en beslissing en algemeen genomen waren ze er beter mee. Zonder publieke voorziening van veiligheid was fysieke dapperheid een absolute noodzaak. De behoefte aan steun in disputen leidde tot persoonlijke loyauteit en de verzorging van de banden tussen man en man. De behoefte om aanvallers af te houden door grenzen op te leggen die niet overschreden mochten worden leidde tot het concept van eer als belangrijker dan materiele belangen of zelfs het leven. De resulterende bereidheid om alles op te offeren voor zaken van schijnbaar minder belang maakte de mannen gevoelig voor de rechten en belangen van degenen die zij eventueel zouden benadelen. De karakters in de saga's zijn zich heel sterk bewust van de opvattingen van degenen met wie zij omgaan en zijn bereid de morele kracht van een tegenstander eerlijk te erkennen. Soms leidde gewapend conflict tot buitensporigheden, maar het was veel meer gebruikelijk dat dergelijke dingen veroordeeld werden. Hof (matigheid) en ook Drengskapr (hoge opvatting) werden nagestreefd en beïnvloedden het gedrag in sterke mate.

Het Gemenebest had natuurlijk zijn gebreken en de saga's reflecteren daarover zowel kritisch als met een zekere sympathie voor het heroïsche ideaal en de maatschappij waar het thuis hoorde. Een levenswijze die direct groeide uit natuurlijke impulsen en de onmiddellijke noodzaak om samen te werken en conflicten te beperken had zijn positieve kanten, maar het liet belangrijke zaken onopgelost. Hoewel ze trots waren op hun voorouders, voelen de saga schrijvers dat iets essentieels in het vroege IJsland ontbrak. Ze zagen wel dat het handhaven van eer niet het hoogste goed was, maar als dit het niet was, wat was het dan wel?

In Njals saga krijgt de kwestie de vorm van echte mannelijkheid. De wereld van de saga's was er een waarin het publieke leven directe deelname vereiste aan een systeem van fysieke kracht en tegenkracht die mannelijke deugden vereiste. Angst tonen of zwakte betekende dat men de risico's voor zichzelf verhoogde en dat men faalde in zijn plicht om anderen te steunen en te verdedigen. Een beschuldiging van lafheid kon een man vlug drijven tot onstuimige actie en een aantijging van homoseksualiteit was onvergeeflijk. Het concept van eerbaar gedrag had een sociale kant, ook zijn woord gestand blijven, de rechten van anderen respecteren en de aanvaarding van een dispuutregeling door goede mannen, maar de klemtoon was op de strijdende deugden. Gematigdheid moest gebaseerd zijn op sterkte en een bereidheid om geweld te gebruiken. Het probleem voor de karakters in Njals saga was of de essentie van mannelijkheid nergens zou stoppen om te krijgen wat men wilde ofwel dapperheid en uithoudingsvermogen om het morele engagement te ondersteunen. Het ideaal zoals het impliciet was in het IJslandse leven ging verder dan het eerste zonder het laatste te bereiken en verloor als gevolg daarvan zijn samenhang. Mannen als Skamkel, die mannelijkheid identificeerde met agressie, werden gezien als slechte mannen en ze eindigden op een slechte manier. En toch leken degenen die agressie verwierpen iets te missen. Gunnar, de beste krijger in IJsland, werd gedwongen zich af te vragen of hij minder mannelijk was dan anderen omdat hij minder geneigd was te doden. Njal wist hoe te sterven zonder te versagen, maar zijn wijsheid werd gecombineerd met fysieke traagheid en een vreemde onmogelijkheid om zijn baard te laten groeien wat herhaaldelijk leidde tot beledigingen. Hij steunde op de strijdlust van anderen, in het bijzonder zijn zelfvernietigende zoon Skarp-Hedin om zijn eigen gebrek aan activiteit goed te maken. Het probleem was onoplosbaar voor heidense IJslanders omdat zij geen concept hadden dat het goede gewone natuurlijke doeleinden transcendeert dat het mogelijk maakt het einde van de mens - het eigenlijke object van moreel engagement - te onderscheiden van wat mensen eigenlijk willen. Mannelijke eer gebaseerd op pure assertiviteit was ten slotte tegensprekelijk, want in de idealisering van het eigen assertieve maakte het dat het werd geasserteerd tot iets ideaals en daardoor niet alleen het eigene. Een man die het eigene asserteerde, leek voornaamheid te missen, terwijl een minder geïnteresseerde man energie leek te missen; beide kwaliteiten waren noodzakelijk voor echte eer, maar het was onmogelijk om beide samen te hebben. Het probleem werd later opgelost door christelijke liefde toe te voegen aan de eigen heroïsche opvatting om een ridderlijk ideaal te vormen zoals gepersonifieerd door Kari, Njals schoonzoon en wreker, die sterkte en moed combineerde met nederigheid, verdraagzaamheid en tenslotte vergiffenis. Njals saga, geschreven door een christelijke auteur over een maatschappij die in het begin heidens was en daarna gedeeltelijk gekerstend is, is op deze manier gedeeltelijk een studie van de relatie tussen het chr*stendom en het IJslandse leven.

Het is niet eenvoudig om het politieke leven volledig verenigbaar te maken met heroïsme of chr*stendom, laat staan met beide. Het voortbestaan van een heroïsche ethiek na de invoering van het chr*stendom bracht moeilijke compromissen met zich mee. Het chr*stendom kon moeilijk het doden om de eer te wreken goed vinden, en bovendien maakte het de eisen van eer dubbelzinniger. Aanvaarde opvattingen werden noodzakelijkerwijs ondermijnd door voorname bekeerlingen die weigerden te vechten wanneer ze aangevallen werden zoals Hoskuld Hvitaness-Priester in Njals saga en Kjartan Olafsson in de Laxdaela saga, nog een saga die gaat over de Bekering.

Men kan makkelijk argumenteren dat het chr*stendom ten langen leste de heroïsche maatschappij in IJsland vernietigde. Het Noords heidendom had stevige steun verleend aan de sociale orde, met bovennatuurlijke steun voor de persoonlijke assertiviteit, moed tegenover nederlaag en dood, en de heiligheid van eer die aan de basis lag. [7] Het bevoordeelde een zekere passiviteit die leidde tot totale aanvaarding van een libertaire politiek, Heidense IJslanders vonden het te moeilijk om tijdelijke van eeuwige dingen te onderscheiden om te geloven dat het hier en nu kon worden veranderd. Dergelijke houding was zichtbaar in het persoonlijke leven van de saga personages die niets doen als ze door bovennatuurlijke vooruitziendheid weten dat ze een catastrofe tegemoet gaan waaruit ze schijnbaar zouden kunnen ontsnappen zonder moeite of schande. Het was evenzeer duidelijk in de opvatting van mensen die zich geen goederen konden voorstellen die transcenderen en het dagdagelijkse leven transformeren. Daarom aanvaarden zij conflicten als natuurlijk en onvermijdelijk voor de verwezenlijking van de bewonderenswaardigste menselijke eigenschappen.


_________________
Als wachter over recht en wet stelt men de boom aan de grens van de gemeente; hij moet als een vertegenwoordiger van de hoogste rechter, het veld behoeden en de boosdoeners tegenhouden. Daarom bestraft men de boomschender als een rover of moordenaar: wie de kruin van een groene boom afslaat, zal op zijn stam het hoofd afgeslagen worden, en wie zijn wortels schendt, zal het zijn eigen voeten ervoor boeten.

¨
avatar
Sibbevader
Erfwacht

Man Aantal berichten : 3028
Woonplaats : Midgaard
Registration date : 31-01-09

Profiel bekijken http://hagal.be

Terug naar boven Ga naar beneden

Re: De IJslandse saga's en de maatschappelijke orde

Bericht  Sibbevader op ma 23 feb 2009, 16:09

Met de bekering van IJsland veranderde de morele orde. Concepten die de basis voor het Gemenebest hadden gevormd werden zwakker als de oude idealen van persoonlijke onafhankelijkheid en verdediging van eer minder absoluut werden. Universele idealen kwamen in de plaats die suggereerden dat het beter bestuurlijke principes waren dan de gevechten van eigenzinnige mannen, ze maakten de dagelijkse werking van de maatschappij te nietig voor de hoogste opofferingen. Enkele van de meest karakteristieke personages in de saga's lijken niet op hun plaats in de veranderende wereld. Egil en Grettir, eponieme helden van twee grotere saga's waren grote heidenen, prachtige krijgers die geen belediging of smaad zouden verdragen, maar ze leefden in een wereld waarin mannen zoals zij echt uit de mode waren. Egil stierf in zijn bed voor het chr*stendom in IJsland aanvaard werd, maar Grettir, die later kwam, eindigde zijn leven als een geïsoleerde vogelvrijverklaarde op een rotsachtig eiland weg van de IJslandse kust.

De organisatorische tendensen in het chr*stendom hadden ook een subversief effect. Tienden leidden tot een sterkere concentratie van rijkdom in de handen van de clerici en de privé-eigenaars van kerken. Meer algemeen had het middeleeuwse katholicisme een sterk uitgesproken centraliserende en reformistische tendens. De opvattingen van het kerkelijke beleid die hiërarchische controle vanuit Rome vroeg en onderwerping van elke natie aan een koning die zich gehoorzaam aan de Kerk opstelde, leidden er meer en meer toe dat de theoretische legitimiteit en de vaak praktische werking van het eigen IJslandse systeem werd verbroken. Sommigen hebben bijgevolg het chr*stendom beschouwd als de ondergang van het Gemenebest. En toch toont de geschiedenis van Europa dat er de mogelijkheid was van christelijke maatschappijen met heroïsche kenmerken. In recentere tijden is de schijnbare verdwijning van eer samengevallen met het chr*stendom. [8] Beide zijn zowel met elkaar verbonden als elkaars tegengestelde. Daar elke maatschappij interne conflicten heeft is de kwestie niet de theoretische samenhang maar de relatieve praktische compatibiliteit. Het rijk van Christus is niet van deze wereld, en christenen worden noodzakelijkerwijs verscheurd tussen de eisen van de wereld, zelfs wat daar het meest edel is, en de eisen van het evangelie.

Het chr*stendom bevoordeelt een politieke ordening als het dit ondersteunt in zijn zwakste plekken, omgekeerd is een maatschappij voldoende gastvrij voor christelijk leven als het instellingen heeft die de mensen leert om natuurlijke neigingen naar genot, comfort en veiligheid op te offeren ten voordele van hoger goed. Deze laatste opvatting werd voldaan in IJsland door het concept van eer. IJsland bekeerde zich vrijwillig, vooral in respons op zijn eigen noden. Het bloeide nog een eeuw later, het behield zijn onafhankelijkheid en vorm van maatschappij gedurende meer dan 250 jaar. Traditionele IJslandse kwaliteiten bleven verder bestaan in nieuwe vormen, heidens stoïcisme werd christelijke gelatenheid en een christelijke kleuring werd gegeven aan de idealen van dapperheid tegenover nederlaag, lijden en dood. De christelijke klemtoon op verzoening maakte dat de politieke ordening vlotter verliep. een sterkere opvatting van de individuele verantwoordelijkheid beperkte de misdaden van grote mannen die niet langer meer de wet konden overtreden en hun onderdanen de boete doen betalen. Het Gemenebest werd vernietigd niet door onvoldoende bereidheid om te doden maar door wereldse naijver en de resulterende concentratie van rijkdom, macht en leiding in te weinig handen. Welke ook de spanning was tussen het Gemenebest en het chr*stendom, het lijkt bijgevolg dat zij elkaar ondersteunden en dat christelijk IJsland mag gezien worden als de verwezenlijking eerder dan de beginnende decadentie van het Gemenebest. Het relevante van de saga's voor onze tijden is dat zij met bijzondere duidelijkheid tonen hoe heroïsme een sociale functie heeft en hoe het op natuurlijke wijze oprijst uit de moeilijkheden van het gewone leven als de macht en de verantwoordelijkheid van het bestuur ernstig beperkt zijn. Een heroïsche sociale ordening is gebaseerd op het karakter en de integriteit van het individu en vereist een grote sfeer van individuele verantwoordelijkheid in zaken die sociaal gezien belangrijk zijn. In een verwarde sociale orde zoals de onze die streeft naar radicale centralisatie kunnen individuen geen duidelijke verantwoordelijkheden hebben en het gevolg hiervan is een gebrek aan heroïsme. In de komende jaren zal dit tekort heel scherp aangevoeld worden daar het toenemende falen van de sociale instellingen ons meer en meer op onze eigen uitwegen zal werpen.

Materieel zijn we rijker dan onze voorouders en op vele vlakken beter geïnformeerd, maar ons leven lijkt het morele belang te missen dat zij had. Die droom heeft verontrustende implicaties. Daar het de deugd behandelt als een middel tot wat prettig is en daar het sociale technologie verkiest boven individuele inspanning en opoffering heeft het niet veel op met de moeilijke deugden. Het maakt loyauteit en persoonlijke integriteit tot sentimentele waarden zonder enige ernstige functie. Het vervangt een begrip van persoonlijke morele waarde die concrete eisen stelt aan individuen voor een die weinig betekenis heeft behalve een claim op gelijke behandeling. Als maatschappij wordt ons gezegd dat het onze plicht is de behoefte aan deugden als moed en doorzettingsvermogen uit te schakelen. Als individuen leren wij boven alles tolerantie, flexibiliteit en bereidheid om te veranderen, te waarderen - in feite te zorgen voor korte termijn individuele voldoening en ons te schikken naar wat anderen voor ons hebben beslist.

De moraal moet te maken hebben met de realiteit en de dromen van verzekerde orde en comfort die de moderne maatschappij hebben geleid zijn slechts dromen. De saga's vertellen ons iets belangrijks over het leven dat de modernen proberen te negeren. Het wordt almaar duidelijker dat de alles-voorziende staat niet in staat zal zijn om zijn belofte na te komen omdat het de voorwaarden voor zijn eigen succes vernielt. Hedonisme heft sociale cohesie op en maakt dat opoffering voor het algemene goed irrationeel lijkt. Bureaucratisch bestuur verzwakt de publieke levenskracht die groeit uit politieke participatie en dus vernietigt het de belangeloze steun die het nodig heeft om effectief te zijn. Evenmin kunnen voorstellen om de bureaucratie af te slanken en de efficiëntie te verbeteren, zoals het verhogen van de rol van markten, de situatie redden, want ze pakken de wortel van het probleem niet aan, namelijk het egalitaire hedonisme en de ultieme verantwoordelijkheid van de staat voor het individuele welzijn, die persoonlijke morele banden en individuele verantwoordelijkheid ondermijnen.

Egalitair hedonisme is te abstract om concrete grenzen op te leggen aan privé zelfzoekende of statelijke macht. Het gevolg ervan is gedrag zonder principes in privé en publiek leven. Door zijn universaliteit zelf wordt het moderne concept van rechten leeg en vindt het zelfs moeilijk om de rechten van de mens te onderscheiden van die van de dieren. Op die manier is de maatschappij niet in staat de grenzen voor haar eigen bescherming vast te leggen. Plato vertelt ons dat een beleid dat het goede en het eerbare en zelfs het commercieel gezonde verwerpt ten voordele van het prettige zal verglijden in anarchie en despotisme en niet in fysiek comfort en veiligheid als grondslag veilig te stellen. De gruwelijke tirannie'n die onze tijden hebben ontsierd, en ook de huidige statistieken van de misdaad en andere sociale wanordelijkheden ondersteunen deze visie. Voor het ogenblik zijn de tirannie'n gevallen, maar in een wereld van verdwijnende bakens, wat zal ons in staat stellen hun terugkeer te weerstaan?

De mislukking van het moderne experiment in alomvattend sociaal engagement toont ons eens te meer dat elk van ons een morele tussenpersoon is in een onvolmaakte wereld, die, onderworpen aan verandering, zijn eigen leven maakt en moet leven met de gevolgen van zijn daden en de daden van degenen die met hem verbonden zijn. De IJslandse saga 's onderzoeken die situatie in haar sterkste vorm. In de komende jaren zal het falen van de alles-beschermende staat de groei van publieke en privé rechteloosheid zal weerom de terugkeer vergen van de hardere deugden. Flexibiliteit, gevoeligheid en zelf- expressie kunnen alleen dan fundamentele morele idealen zijn in een staat die elke ernstige verantwoordelijkheid op zich neemt, weinig overlaat aan individuen, families of onafhankelijke gemeenschappen. Als de pogingen om een situatie op te bouwen waarin die idealen centraal voor het morele leven kunnen staan, instorten, zullen andere op de voorgrond komen. De saga's demonstreren hoe meer concrete en veeleisende morele principes zoals eer kunnen evolueren en sociaal effectief kunnen worden. Er is geen voldoende basis voor moraliteit maar het is beter dan het verlangen naar materieel comfort en veiligheid. Het betuigt meer respect voor de menselijke natuur en het richt de aandacht van de mensen naar meer dan henzelf, het laat hen open voor iets hogers. Daaraan hebben we vandaag grote behoefte. Vrije instellingen hangen af van de waardigheid van de burger, maar zonder een concept van individuele eer blijft waardigheid een pure abstractie. Als het geen speciale band heeft met bijzondere mensen die zich geroepen voelen om het te verdedigen als het geweld wordt aangedaan, zal waardigheid geen praktische rol spelen. Het verlies van eer betekent bijgevolg het verlies van vrijheid.

Het IJslandse Gemenebest staat voor vrijheid en eer- respecterende aspecten van het erfgoed van de Europese volkeren die essentieel geweest zijn voor hun grootsheid en die we bijna verloren hebben. Het toont ons een gemeenschap gebaseerd op zelfrespect en persoonlijke loyauteit, de moed om te beslissen en de gevolgen te dragen en het doorzettingsvermogen om te dragen wat onvermijdelijk is. Zonder een lang geleden gestorven wereld nieuw leven te willen geven kunnen we iets in hen erkennen dat deel uitmaakt van de morele ecologie van elke fatsoenlijke maatschappij. In hun verhalen van de Bekering geven de saga 's een voorbeeld van de morele hervorming door aanvaarding van principes die de bestaande sociale orde transcenderen. We moeten dit voorbeeld volgen. Door hun voorstelling van heroïsme kunnen de saga's onze morele verbeelding vergroten en versterken en ons helpen om iets te terug te vinden dat wij hebben verloren. Daarvoor hebben wij ze nodig.

Voetnoten
1 In aanvulling op Njals Saga, omvatten de grotere saga's Laxdaele Saga, Eybyggja Saga, de Saga van Egil en de Saga van Grettir
2 Njals Saga, Magnus Magnussen en Hermann Palsson, trans. Penguin 1960, p. 171
3 Ibid. pp 232- 233
4 Ibid., p. 169
5 Een befaamd criticus commentarieert, ' Skarpheddins sprong en zijn glijde op het ijs en de ontmoeting van Grettir, of wie het ook was, met de beer, gaan niet uit het geheugen weg. Je kunt niet geloven dat het om fictie gaat' Ezra Pound, ABC of Reading( New Directions, 1960), p. 52
6 Einar Ol. Sveinsson, The Age of the Sturlungs ( Cornell, 1953), p. 72
7 De schrijvers van de saga's geven geen leidende rol aan de heidense godsdienst in het leven van de IJslanders. Als christenen zou het moeilijk geweest zijn dit te beklemtonen en bepaalde kenmerken van die godsdienst, zoals mensenoffers, zouden bijzonder schokkend om te beschrijven geweest zijn.
8 Zie Peter L. Berger, 'On the Obsolescence of the Concept of Honor', European Journal of Sociologoy, XI (1970), pp. 339-347. Een lichtjes bijgewerkte versie van het volgende essay verscheen in de winter 1998 uitgave van Modern Age.

Vertaling: JPDW

_________________
Als wachter over recht en wet stelt men de boom aan de grens van de gemeente; hij moet als een vertegenwoordiger van de hoogste rechter, het veld behoeden en de boosdoeners tegenhouden. Daarom bestraft men de boomschender als een rover of moordenaar: wie de kruin van een groene boom afslaat, zal op zijn stam het hoofd afgeslagen worden, en wie zijn wortels schendt, zal het zijn eigen voeten ervoor boeten.

¨
avatar
Sibbevader
Erfwacht

Man Aantal berichten : 3028
Woonplaats : Midgaard
Registration date : 31-01-09

Profiel bekijken http://hagal.be

Terug naar boven Ga naar beneden

Re: De IJslandse saga's en de maatschappelijke orde

Bericht  Gesponsorde inhoud


Gesponsorde inhoud


Terug naar boven Ga naar beneden

Terug naar boven


 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum