Odal: Germaans recht en eigendom

Ga naar beneden

Odal: Germaans recht en eigendom

Bericht  Ratatosk op di 10 feb 2009, 13:44

Grendel schreef:
De eerste plaats waar georganiseerde eigendomsrechten een fundamentele hoeksteen van de maatschappij werd, is bij de Germaanse stammen in de derde eeuw na Christus. Op een moment dat Rome voor de eerste keer experimenteert met gecodificeerde wettelijke bronnen die voor eens en voor altijd het bezit van, de rechten op en de handel in eigendommen moeten regelen, floreert de Germaanse economie, en kennen de stammenkoninkrijken in Hessen, Thuringen, Sachsen en Jutland grote welvaart. Terwijl Rome intussen nog verder sukkelt met praktische vraagstukken ter zake en moeilijk gehoor vindt bij de Romeinse handelaren en boeren worden de Germaanse volkeren beheerst door een algemeen aanvaard en afdwingbaar gewoonterecht. Ze hebben er zelfs een rune voor. "Odal" of "Opalanâz", de rune van bezit, eigendom, erfenis, waarde en eigenheid.

De Germanen hadden geen geschreven wetteksten. Ze hadden zelfs geen werkelijk schrift. Maar ze hadden ondanks hun gebrek aan codices, wel wet en recht. Zij het ongeschreven. De Germaanse volkeren aan de overkant van de Rijn hadden lang voor Justinianus zou komen aandraven met zijn exhaustieve wetbronnen, een allodiaal recht en een asses-recht. Dit laatste was het recht van het oudste kind om de grondeigendommen van de ouders te erven, met voorrang op de andere kinderen. Let wel, het betreft hier het oudste kind, en niet de oudste zoon. Na de kerstening werden dochters verboden te erven, hetgeen weldegelijk mogelijk was binnen het Germaanse gewoonterecht. Sterker nog, in het Germaanse gewoonterecht waren er strikte regels met betrekking tot de bescherming van vrouwen bij huiselijk geweld. Tacitus, de Romeinse geschiedschrijver, heeft heel wat verslagen geschreven over zijn reizen over de Rijn en beschrijft nauwkeurig hoe het Germaanse eigendomsrecht in elkaar steekt. Zowel man als vrouw kunnen erven en eigendommen bezitten. Bij het huwelijk kunnen de statische goederen (wat de partners bezaten voor het huwelijk) onder eigendom van de individuele partner blijven, of er kan bedongen worden voor de stamkoning, zodat de goederen in gemeenschap zullen worden beheerd. Een zeer logische en spontane regelgeving, die door de kerstening sterk werd teruggedrongen.

Het allodiaal recht is misschien nog interessanter. Dit recht, dat gedeeld werd door vrijwel alle Germaanse stammen, impliceerde dat eigendom een verbod op taxatie inhield. Belasting op eigendom en vermogen was niet aan de orde in het Germaans gewoonterecht, enkel op handel, doortocht, verbruik, vruchtgebruik en huur. De taxatie op eigendom, zoals de tienden op de opbrengsten van landbouwgrond, werden pas later door de christenen en de Katholieke Kerk opgelegd, opdat zij het monopolie op allocatie van ruimte en eigendomsrechten kon usurperen.

In de vergelijking tussen Rome die weinig gewag maakte van eigendom en eigendomsrechten en de Germaanse stammen die een duidelijk en niet te ingewikkeld netwerk van rechten en overheidsonthoudingen hanteerden via het allodiaal recht vallen enkele zaken meteen op:

- Er was vooreerst een Romeins Imperium en geen Germaans Imperium. Rome was een hiërarchische republiek en later een nog hiërarchischer keizerrijk met een al even hiërarchisch leger. De krijger en de burger waren sterk van elkaar gescheiden. Zelfs fysisch, door de Rubicon. In de Germaanse stammenkoninkrijken was dat volledig anders. Het krijgerschap en burgerschap waren een tweesnijdend zwaard. Ze waren geen synoniemen, maar gingen met elkaar gepaard. In beperkte, kleine samenlevingsvormen als de Germaanse stammenkoninkrijken, drong arbeidsverdeling en comparatieve samenwerking zich niet zo sterk op als in het Romeinse wereldrijk. Zij waren ook alles behalve gestructureerd en hiërarchisch ingesteld.

- Gezag was er nauwelijks aangezien er weinig was om aan te gehoorzamen. De orders van Rome waren eenvoudig: wereldoverheersing. Er waren geen Germaanse marsorders. De koningen bekampten elkaar niet, in tegendeel. Er was geen vraag naar territoriumuitbreiding, maar enkel naar ordentelijke en veilige handel. Germanen hadden zich ook nooit toch tot zover wij weten bezig gehouden met abstracte kunsten, zoals toneel of poëzie. En ondanks hun gebrek aan Romeins mondialisme en Romeinse kunstzinnigheid en smaak, was hun persoonlijke vorming veel ruimer dan die van de modale Romein of Gallo-Romein. De Germaan was compleet. Hij wist van alles iets, maar van niets alles. Dat was ook niet nodig in zijn omstandigheden. Pas toen de Hunnen en de Romeinen de centraal-Europese bossen en bergen binnenmarcheerden kwam de Germaanse strijdbaarheid tot ontwikkeling. Daarom is het misschien niet opportuun te stellen dat een Germaan een burger en een krijger is; maar eerder een burger is en een krijger als de nood zich stelde. Helaas is het anders uitgedraaid. De ongestructureerde en onsamenhangende ordening van de Germaanse stammenkoninkrijken heeft haar levenswijze uitgeroeid.

Het imperialistische Romeins mondialisme en later het Kerkelijk imperialisme hebben, tot op de dag van vandaag, de spontane orde van de Germaanse samenlevingen en hun organisch gewoonterecht, dat haar cumulatiepunt kende in haar eigendomsrechten, met de grond gelijk gemaakt. Misschien zorgen de huidige crises ervoor, of zij nu van existentiële, metafysische, sociale of economische aard zijn, dat wij die christelijke en romeins-imperialistische gedachte gaan herzien. Volgens mij staren we ons blind op de verkeerde dichotomieën en pseudo-politieke vraagstukken. Kapitalisme, socialisme of solidarisme? Volk en staat? Volk of staat? Democratie of gezag? Europa der volkeren of Europese Unie? Rente of renteloosheid? Zwart of wit? Egalitair of niet? Dat zijn vragen die net ontspruiten aan Romeins en Kerkelijk Imperialisme. Hoe wil ik ingrijpen in de maatschappij en het leven van andere mensen? Neen. De vraag is niet: "In welke wereld wil ik morgen wakker worden en wat moet ik daarvoor doen?" Neen. De stelling is: "Hoe wil ik morgen wakker worden en wat moet ik daarvoor doen!"


Bron: nationalisme.info

Irminiaz schreef:Even mijn twee dukaten:

Boeiende tekst, maar toch ietwat vreemd. Hier en daar heb ik m'n twijfels bij wat er gesteld wordt..."Germaanse strijdbaarheid", die zich pas zou ontwikkeld hebben in de 5de eeuw na onze jaartelling? Wat met Arminius? Wat met de Marcomannen?

Zoals ik het begrijp, wordt de Germaan hier voorgesteld als een berustend wezen, dat de stormende wereld rond zich aanschouwt, maar enkel z'n schouders ophaalt. Iemand, die zelf niet in staat zou zijn tot gecoördineerde veroveringen? Wat met de landname van Engeland en de daarmee gepaard gaande én tevens bewuste verdrijving van de Kelten?


De stelling is: "Hoe wil ik morgen wakker worden en wat moet ik daarvoor doen!"

Het gebruik van "hoe" duidt het feit aan, dat men zowiezo uiteindelijk zal moeten terugvallen op keuzes, die enkele zinnen daarvoor worden gehekeld. Als je zo doorgaat, verandert de vraag eerder naar "Word ik morgen wakker en wat heb ik daarvoor gedaan?". Ik interpreteer het wellicht allemaal wat verkeerd, maar het houdt geen steek en is ietwat vaag.

Maar goed, beter een uitdagende tekst, die zelfbewuste Germaan uitdaagt om zelf een mening omtrent het besprokene te vormen, dan een bewust herkauwen van de stof!

Grendel schreef:De tekst is over zijn geheel genomen af en toe wat kort door de bocht. Kennelijk beroept men hier zich op een stelling van Dirk Heirbout dat de Germaanse wereld voor 150 vrij statisch, stabiel en evenwichtig zou zijn geweest en geen grootschalige interne conflicten kende.

Dat mag wel een beetje genuanceerd worden, o.m. door de door Irminiaz aan gehaalde strubbelingen uit de eerste eeuw n.o.t. Wel moeten we hierbij rekening houden dat het hier conflicten betreft die deels zijn ontstaan onder druk van de Romeinse wereld. Toch is hier ook sprake van interne rivaliteit en een martiale traditie, zowiezo dus een indicatie voor geweld en dus ook een zekere vorm van instabiliteit. Wél lijkt endemische oorlogvoering een stuk minder inherent lijkt te zijn aan de Germaanse wereld dan aan de Keltische territoriale gordel; tenminste, in die periode.

Niettemin treden de Germanen voor zover we kunnen beoordelen al aan het eind van de tweede eeuw v.o.t. in het offensief; illustratief in dit opzicht is natuurlijk de beroemde tocht van de Kimbren en Teutonen. Ook vormde de westwaartse migratie van de Keltische Helveten, een territoriale verschuiving die het gevolg was van de druk van de Germaanse Sueben, de aanleiding voor het begin van de Gallische oorlogen. Ariovistus had zich overigens al een paar jaar eerder met zoveel succes in de Gallische territoriale twisten gemengd, dat zijn vroegere Keltische bondgenoten nu bang van hem werden. Over het algemeen bestaat de indruk dat de Centraal-Europese, Keltische gordel al vanaf het eind van de tweede eeuw v.o.t. onder Germaanse druk stond, waardoor bijvoorbeeld in onze streken al een substantiële Germaanse invloed bestond vóór de komst van de Romeinen.

Kortom, de Germaanse wereld was ook voor 150 n.o.t. niét in volmaakt evenwicht. Neemt niet weg dat er zich in de loop van de tweede eeuw substantiele veranderingen hebben voorgedaan, waardoor het hele equilibrium in mekaar klapte en we de opkomst van de mannenbonden zien als een soort van militaire ondernemingen, wat zich ook vertaald in de opkomst van nieuwe stammenfederaties en de explosie van invasies langs de Rijn- en Donaugrenzen.

Grendel schreef:Af en toe is het goed om er gewoon de primaire bronnen weer eens op na te slaan. Tacitus' Germania heeft er het volgende over te melden:


Wanneer de staat, waarin zij geboren zijn in langdurigen vrede en ledigheid verslapt, begeven zich dikwijls vele aanzienlijke jongelingen zonder dat men hen roept, naar die naties, welke juist een oorlog te voeren hebben, want, behalve dat de Germaan over het algemeen in een vreedzaam bestaan geen behagen schept, is er voor die jongelingen meer kans om onder krijgsgevaren roem in te oogsten, terwijl de hoofden zelven hun groot gevolg alleen door wapengeweld en oorlog bijeen kunnen houden: van hunne mildheid toch verwachten de jonge mannen dat zoo begeerde strijdros en die framje, die met bloed bespat de zege brengen zal. Want in plaats van soldij krijgen zij maaltijden, die overvloedig mogen worden genoemd, hoewel zij uit zeer eenvoudigen kost bestaan. De middelen voor deze vrijgevigheid verschaffen oorlog en roof. En men moet niet denken, dat men die mannen van het gevolg gemakkelijk zou kunnen overhalen om den akker te beploegen en geduldig de jaarlijksclie opbrengst af te wachten; zij dagen liever den vijand uit en doen wonden op, die roemrijke lidteekenen nalaten. Want met zweet zich te verwerven wat men met het zwaard kan verkrijgen, daarin zien zij inderdaad niets dan luiheid en lafheid.

Klinkt allesbehalve berustend of harmonieus, eigenlijk.
avatar
Ratatosk
Hagal-Getrouwen

Man Aantal berichten : 111
Woonplaats : Isingaheim
Registration date : 09-02-09

Profiel bekijken

Terug naar boven Ga naar beneden

Terug naar boven


 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum